Health Lifestyle

Redenen om te kiezen voor vegetarische of veganistische voeding

Vandaag de dag wordt vegetarisme en veganisme al meer sociaal aanvaard dan vroeger, nu beginnen veel mensen het belang ervan in te zien voor het milieu en de gezondheid. Het wordt zelfs meer en meer gestimuleerd vanuit de overheid of non-profitorganisaties. Vooral jongeren zien af van de consumptie van vlees, vaak doen ze dat uit ethische motieven of bewust uit gezondheidsoverwegingen.

Nu beschikt de consument ook al over meer informatie over de vleesindustrie (het dierenleed en de slechte omstandigheden), wat ook een meespelende factor kan zijn. Ook de vele voedselschandalen uit het verleden, zoals de Dioxinecrisis, de BSE-crisis, mond-en-klauwzeer en de vogelgriep hebben een positief effect gehad op de consumptie van plantaardige alternatieven ter vervanging van vlees. Daarnaast zijn ook veel mensen bang voor de schadelijke gevolgen van Genetisch Gemodificeerde Organismen op de gezondheid, daarom wordt er ook vaak voor biologische voeding gekozen (Entwicklung, Heutige, & Des, 2007).

Voeding en Gezondheid

Niet enkel voor ons leefmilieu, maar ook voor de eigen gezondheid is het belangrijk de consumptie van vlees en producten van dierlijke oorsprong te verminderen. Door minder vlees te consumeren, vermindert men de kans op hart- en vaatziekten, verschillende kankers, diabetes enzovoort (Ha & Souza, n.d.). Dat heeft men deels te danken aan de darmflora die heel verschillend is van die van vleeseters volgens Gary E. Fraser (Fraser & Fraser, 2016).

Als vegetariër of veganist loopt men ook minder risico op darm-, maag-, prostaat- en baarmoederhalskanker (Radnitz, Beezhold, & Dimatteo, 2015). Daarbij loopt men als vegetariër ook half zoveel kans om het stofwisselingssyndroom of metabool op te lopen (Le & Sabaté, 2014). Het metabool syndroom is een benaming voor verschillende aandoeningen die het metabolisme verstoren.

Als veganist heeft men nog minder kans om obesitas te ontwikkelen, hypertensie, diabetes type-2, evenzeer minder kans om te sterven aan cardiovasculaire ziekten. Obesitas is namelijk een risicofactor voor cardiovasculaire ziekten en kanker (Le & Sabaté, 2014).

Uit onderzoek blijkt wel dat vegetariërs en veganisten meer kans lopen om kanker te ontwikkelen aan de urinewegen en dat veganisten regelmatig een tekort aan vitamine B12 hebben (Le & Sabaté, 2014). Echter dat weegt niet op tegen alle problemen die men kan krijgen door de consumptie van vlees.

Voeding en milieu

Milieuvervuiling vormt meer en meer een probleem, elk jaar sterven er ongeveer 3 miljoen personen door de luchtverontreiniging buitenshuis en dat is grotendeels te wijten aan de veeteeltindustrie (Reuters, 2015). Om vee te voederen is er teveel graan vereist, waar al veel bossen voor hebben moeten wijken. Daarnaast zitten we ook met een waterschaarste en de broeikasgassen. 15% tot 20% van de uitstoot van broeikasgassen is te wijten aan veeteelt (Ne, Post, Meat, & Post, 2016).

Ecologische voetafdruk (Test-aankoop, 2016)

Onze ecologische voetafdruk wordt voornamelijk bepaald door 3 grote categorieën. 11% van onze e)ologische voetafdruk wordt bepaald door personenvervoer, 28% door huisvesting (waterverbruik, verwarming, …). Echter datgene onze voetafdruk enorm vergroot is bovenal de voedingsconsumptie, dat bepaalt 44% van onze ecologische voetafdruk (Beyst, 2013). Door een veganistisch eetpatroon heeft men een veel lagere impact op het milieu, echter hebben dierlijke producten een veel zwaardere impact op het milieu dan plantaardige voeding. Als men denkt aan de vele oppervlakten aan landbouwgronden, het waterverbruik, de verwerkingsenergie en broeikasgassen, en dat dan vergelijkt met de ecologische voetafdruk van plantaardige voeding, kan men een aanzienlijk verschil waarnemen (Blommaert & Maertens, 2016).

De afbeelding hiernaast geeft meer verduidelijking over welke voeding het meeste impact heeft op het milieu,  deze afbeelding komt uit het magazine Test-Aankoop (Blommaert & Maertens, 2016).

Consumenten kunnen hun negatieve impact op het milieu beperken door hun voedingsproducten zorgvuldiger te kiezen: verminderen van vleesconsumptie, proteïne-producten met lage carbon emissies, biologische voeding te kopen, seizoensgebonden en locale groenten en fruit te consumeren. Echter hebben mensen niet voldoende kennis daarover en hebben ze een aantal hulpmiddelen nodig om duurzamere keuzes te maken, zoals eco-labels, smartphone apps. De technische informatie over de CO2 uitstoot van voedingsproducten is te moeilijk om te begrijpen voor consumenten. Het is daarom noodzakelijk om de kennis van experts om te vormen tot aanbevelingen. Een voorbeeld daarvan is dat consumenten het transport en verpakking enzovoort, als schadelijker voor het milieu beschouwden dan vleesproductie en dierlijke producten. Ze steunen vaak op irrelevante criteria en slagen er niet in om de impact van hun voedingsproducten correct in te schatten. Vaak zijn consumenten meer bezig met hun eigen gezondheid dan met de impact op het milieu van vlees.

Biologisch vlees wordt ook overgewaardeerd door het halo-effect van het bio-label, het positieve aspect van het label wordt door de consument doorgetrokken naar de andere karakteristieken van het product zoals de impact op het klimaat. Het zou kunnen helpen om de impact op het klimaat door middel van een kleurencode aan te duiden op de verpakking van het product.  Kleurencodes werden eerder al gebruikt om de voedingswaarden van producten aan te duiden en bleken ook nuttig te zijn naar consumenten toe (Shi, Visschers, Bumann, & Siegrist, 2018).

De ongelijke verdeeldheid van voeding

De laatste jaren is er al een daling gemeten van het aantal ondervoede personen in de ontwikkelingslanden, maar nog altijd eten we in het Westen teveel. Er is voor iedere persoon aan 2800 kcal beschikbaar per dag, wat ruim voldoende is voor een volwassen persoon, maar het voedsel is ongelijk verdeeld (Vlak, Tuinbouw, & Breder, 2014).

Niet overal ter wereld is er voedselzekerheid, deze term werd als volgt door de Verenigde Naties gedefinieerd:

“Voedselzekerheid bestaat wanneer elke persoon op elk moment economisch, sociaal en fysiek toegang heeft tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel om aan zijn dieetbehoeften en voedselvoorkeur te voldoen, en om actief en gezond te kunnen leven” (Vlak, Tuinbouw, & Breder, 2014, p. 29).

Nochtans zijn er 2 millenniumdoelstellingen om het aantal hongerlijdende personen te verminderen, de Verenigde Naties had voorop gesteld om tegen 2015 het absolute getal van hongerlijdenden te halveren tegenover 1990, wat veel moeilijker is dan het percentage te halveren, wat de Food and Agriculture Organisation (FAO) probeerde te realiseren. Echter beide doelstellingen zijn niet gelukt. In de ontwikkelingslanden lijdt momenteel 14,30% van de bevolking honger, in 1990 was dat 23,60%, dus er is al vooruitgang geboekt (Vlak, Tuinbouw, & Breder, 2014). Zoals daarnet al werd aangehaald, is er voor het voederen van vee zeer veel graan vereist. Door minder vlees te eten, is er dus meer voeding voor de rest van de wereld.

Dierenwelzijn

In het kader van dierenwelzijn zijn er verschillende belangengroepen, langs de ene kant de consument, dan ook de retailers en langs de andere kant de belangenorganisaties die ervoor proberen te zorgen dat de processen in de voedingsindustrie zo diervriendelijk mogelijk verlopen. Echter diervriendelijke processen kosten geld, is de consument er dan ook bereid voor om meer neer te tellen voor een product dat vrij is van dierenleed? Vaak is de betalingsbereidheid niet zo hoog, waardoor het voor de retailer ook niet interessant is om diervriendelijke voeding aan te kopen of erin te investeren (Binnekamp, Vlieger, & Haag, 2004).

De Britse Farm Animal Welfare organisatie hecht belang aan 5 verschillende waarden voor diervriendelijke productieprocessen (Binnekamp, Vlieger, & Haag, 2004):

  1. Vrij van dorst, honger en onjuiste voeding
  2. Vrij van fysiek en thermaal ongerief
  3. Vrij van pijn, verwonding en ziektes
  4. Vrij van angst en chronische stress
  5. Vrij hun natuurlijk gedrag te vertonen (Binnekamp, Vloieger, & Haag, 2004)

Bovenstaande waarden zijn een indicatie voor de manier waarop dieren zouden moeten worden behandeld, toch houdt men zich hier uitzonderlijk aan. In Nederland voldoet 80% van het kippen- en varkensvlees niet aan de “5 vrijheden” (Binnekamp, Vlieger, & Haag, 2004).

De consument hecht wel waarde aan het dierenwelzijn, ze vinden het bijvoorbeeld erg dat de dieren over weinig ruimte beschikken (72% van de consumenten), ze hebben ook graag dat de dieren buiten kunnen grazen (38%), dat de dieren ingeënt zijn tegen ziektes (29%) en dat er minder aan dierentransport gebeurt (20%). De consument gaat er vaak van uit dat de boer het beste voor heeft met de dieren, maar dat is niet altijd zo, ze hebben vaak te weinig financiële middelen. Boeren schuiven de schuld dan naar de consument, aangezien die niet altijd bereid is meer te betalen voor het dierenwelzijn (Binnekamp, Vlieger, & Haag, 2004).

De consument vervreemd zich alsmaar meer van de voedselproductie, toch zijn vele consumenten zich ervan overtuigd dat ze van mentaliteit moeten veranderen. Als de consument de vergelijking moet maken tussen de verzorging voor varkens en die voor vis, zijn ze vaak meer begaan met de varkens dan de vissen. Ze kunnen zich met hen beter identificeren en hechten er dan ook meer belang aan, hetzelfde geldt voor konijnen. Uit het onderzoek is ook gebleken dat jongeren, hoogopgeleide vrouwen, vegetariërs en stedelingen zich meer bewust zijn van die slechte omstandigheden in de voedingsindustrie (Binnekamp, Vlieger, & Haag, 2004).

Bij veganisme wordt er ook belang gehecht aan het gebruik van dieren in de kledingindustrie en bij de ontwikkeling van medicatie en cosmetica.

De consument sensibiliseren

Door verschillende factoren is het nog steeds moeilijk om consumenten te overtuigen van plantaardige voeding. Ze houden graag vast aan traditionele gewoonten en zijn ervan overtuigd dat dat het beste is en ook dat we vlees nodig hebben. Vaak is men ervan overtuigd dat de vleesindustrie efficiënt omspringt met energie en is men zich niet bewust van het dierenleed waarmee de vleesindustrie gepaard gaat. Consumenten maken niet vaak de link tussen voeding en het milieu, ook is de samenhang tussen voedsel en de klimaatveranderingen vaak ver te zoeken voor consumenten. Dat komt dikwijls door een tekort aan interesse bij de consument. Toch werd er door studies vastgesteld dat consumenten wel degelijk weet hebben van de positieve effecten van plantaardige voeding op de gezondheid (Vinnari & Vinnari, 2014).

Voor alle levensfasen is veganisme een goed idee, ook voor kinderen en zwangere vrouwen, wat wel eens wordt ontkend. Door het eten van plantaardige eiwitten, onverzadigde vetten, groenten, fruit, noten en zaden verkleint men namelijk de kans op zwangerschapsdiabetes. Ook kinderen hebben door het eten van plantaardige voeding een lager risico om op latere leeftijd obesitas of diabetes te krijgen (Mertens, 2017).

Om die redenen bestaan er senisibiliseringscampagnes zoals ‘dagen zonder vlees’, ‘Donderdag Veggiedag’, de ‘Veggieweek’, ‘Easy Vegan’ enzovoort. Veel van de veggie campagnes gaan uit van EVA vzw (staat voor Ethisch Vegetarisch Alternatief). Die organisatie bestaat vandaag bijna 20 jaar en wordt vanaf 2006 gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid. Hun doel is om zo plantaardig mogelijk te eten en stapsgewijs zoveel mogelijk personen daarvoor aan te moedigen. Voor verschillende factoren is het beste om zo plantaardig mogelijk te eten, voor het dierenwelzijn, gezondheid, het milieu en de voedselvoorziening op langere termijn (Over ons, 2016).

Een internationaal initiatief dat in 2003 werd gelanceerd, heet Meatless Monday. Het idee erachter was om de gezondheid van de bevolking te verbeteren en de ecologische voetafdruk te verkleinen. Het werd toegepast in verschillende landen en werelddelen zoals Europa, de Verenigde Staten Australië, Japan, Canada, Israël en het Verenigd Koninkrijk (Gajdos & Zvonimir, 2015). Meatless Monday is een aantal jaren eerder opgestart dan ‘Donderdag Veggiedag’, dat bij ons iets bekender is.

De consument is meer en meer op zoek naar gezondere voeding. Door hier met goede marketingtechnieken op in te spelen, en bijvoorbeeld de vegetarische alternatieven nog smaakvoller te maken, kan de consument gemakkelijker naar de gezondere keuze geleid worden. Ook door het lagere vetgehalte en het feit dat plantaardige producten geen cholesterol bevatten, helpt ook al. Een nadeel is wel dat de vegetarische alternatieven vaak duurder zijn, wat de groei ervan zou kunnen tegenhouden en een negatieve invloed kan hebben op de ontwikkeling ervan (Entwicklung, Heutige, & Des, 2007).

Uit onderzoek is wel gebleken dat jongeren vaak meer kennis hebben van voedingslabels dan ouderen (Kant, Barros, & Van, n.d.). Oudere mensen zijn minder milieu-gevoelig, waarschijnlijk omdat de impact van duurzaamheid op hen lager zal zijn, aangezien ze een lagere levensverwachting hebben. Vrouwen maken meer toekomst- en milieu-gerichte beslissingen dan mannen, in de Verenigde staten zijn vrouwen ook meer bezig met Corporate Social Responsibility dan mannen (Steiner, Peschel, & Grebitus, 2017).

Over het algemeen letten vrouwen meer op voedingslabels dan mannen, maar niet meer dan mannen die kennis over of interesse in voeding vertonen. Mannen hechten volgens onderzoek minder aandacht aan voeding dan vrouwen wanneer ze naar de supermarkt gaan (Labeling, 2000). Het zijn dan ook vaker vrouwen die ervoor kiezen om vegetariër of veganist te worden (Gajdos & Zvonimir, 2015). Toch zal het effect op de levensverwachting bij mannen groter zijn bij dan vrouwen (Le & Sabaté, 2014).

Bronvermelding

Binnekamp, M., Vlieger, J. J. De, & Haag, D. (2004). Dierenwelzijn in de markt Een drieluik van consumenten , retailers en belangenorganisaties in Europa.

Entwicklung, H., Heutige, U. N. D., & Des, S. (2007). Vegetarismustrend im lebensmittelhandel.

Fraser, G. E., & Fraser, G. E. (2016). The Vegetarian Advantage : Its Potential for the Health of Our Planet , Our Livestock , and Our Neighbors !, 66–68. https://doi.org/10.1159/000444902

Gajdos, J., & Zvonimir, S. (2015). Journal of Food Composition and Analysis Computer-generated vegan menus : The importance of food composition database choice ˇ atalic, 37, 112–118. https://doi.org/10.1016/j.jfca.2014.07.002

Ha, V., & Souza, R. J. De. (n.d.). “ Fleshing Out ” the Benefits of Adopting a Vegetarian Diet, 1–3. https://doi.org/10.1161/JAHA.115.002654

Kant, G., Barros, A. I., & Van, J. (n.d.). STAtOR.

Le, L. T., & Sabaté, J. (2014). Beyond Meatless, the Health Effects of Vegan Diets: Findings from the Adventist Cohorts, 2131–2147. https://doi.org/10.3390/nu6062131

Maertens, G., & Blommaert, K. (2016, november). Meer veggie op uw bord. Test Aankoop, 59(613), 30-31.

Mertens, E. (2017, 17 januari). ‘Waarom veganisme wél gezond is voor kinderen en zwangere vrouwen’. Opgehaald van knack.be: http://www.knack.be/nieuws/gezondheid/waarom-veganisme-wel-gezond-is-voor-kinderen-en-zwangere-vrouwen/article-opinion-802689.html

Ne, T. S. De, Post, M., Meat, M., & Post, M. (2016). ‘ We gaan vlees maken zoals we bier brouwen’, 1–8.

Over ons [webpagina]. Geraadpleegd op 19 oktober 2016, via evavzw.be: http://www.evavzw.be/over-ons/visie

Radnitz, C., Beezhold, B., & Dimatteo, J. (2015). Investigation of lifestyle choices of individuals following a vegan diet for health and ethical reasons ☆. Appetite, 90, 31–36. https://doi.org/10.1016/j.appet.2015.02.026

Shi, J., Visschers, V. H. M., Bumann, N., & Siegrist, M. (2018). Consumers’ climate-impact estimations of different food products. Journal of Cleaner Production, 172, 1646–1653. https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2016.11.140

Silva, A. R. de A., Bioto, A. S., Efraim, P., & Queiroz, G. de C. (2017). Impact of sustainability labeling in the perception of sensory quality and purchase intention of chocolate consumers. Journal of Cleaner Production, 141, 11–21. https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2016.09.024

Steiner, B. E., Peschel, A. O., & Grebitus, C. (2017). Multi-Product Category Choices Labeled for Ecological Footprints: Exploring Psychographics and Evolved Psychological Biases for Characterizing Latent Consumer Classes. Ecological Economics, 140, 251–264. https://doi.org/10.1016/j.ecolecon.2017.05.009

Vlak, I., Tuinbouw, L.-E. N., & Breder, I. N. (2014). ONTWIKKELINGEN OP PERSPECTIEF ACHTERGRONDDOCUMENT BIJ HET.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *